De darmflora

De juiste vetten
July 11, 2017
Darmflora: dagelijkse behoefte aan water
July 11, 2017

In het gehele maagdarmkanaal treffen we normale, niet-pathogene (niet ziekmakende) micro-organismen aan: de symbionte flora. Deze flora komt overal in het lichaam voor, en komen reeds met de geboorte en via de borstvoeding in het maagdarmkanaal terecht (moedermelk bevat bifidusfactoren (stofwisselingsproducten van de bifidusbacterie), waardoor er een evenwicht ontstaat; koemelk bevat deze factoren niet).

In de dunne darm vindt voornamelijk een enzymatische vertering plaats, waarbij de enzymen van mond, maag en pancreas een belangrijke plaats innemen in de voorvertering van voedsel (bijvoorbeeld van polypeptiden dipeptiden) . In de dunne darm treffen we bijvoorbeeld amino- en di-peptidasen, saccharase, maltase aan. Daarnaast bevat de dunne darm ook melkzuurvormende micro-organismen (acidophilus, bifidus, streptococcen). Zij zorgen voor een zuur milieu in de dunne darm. Door deze zuurgraad kunnen mineralen en vitaminen normaal opgenomen worden door de slijmvliezen, die hiertoe een bepaalde potentiaal (evenredig met de zuurgraad) nodig hebben.
In de dikke darm treffen wij veel meer bacteriën, in een zogenaamd aëroob- en een anaëroob milieu (zuurstofafhankelijk en niet-zuurstofafhankelijk). Tot de aerobe flora behoren: Eschericia coli humana (colibacil) en enterococcen (grampositief). Tot de anaërobe flora behoren: bacteroides (gramnegatief), lactobacillus acidophilus (grampositief), bifidobacterium (grampositief); eubacterium, peptococcus en clostridium.

Dysbiose factoren mogen getolereerd worden mits dit niet meer dan 10% bedraagt van de totale darmflora. Hiermee wordt bedoeld dat van alle bacteriën die in ons maagdarmkanaal leven, tenminste 90% in overeenstemming met de mens moet leven. Met andere woorden de bacteriën in ons maagdarmkanaal zijn onze gasten, wij functioneren als gastheer/vrouw.

1. Het begin

Een baby heeft in de baarmoeder nog geen darmflora. Deze ontvangt het kind via de moeder. De eerste weg is het geboortekanaal. De vagina van de vrouw bevat ten tijde van de geboorte veel symbionte flora. Deze flora wordt bij de geboorte in het kind geperst en vindt zijn weg naar het maagdarmkanaal. Het is ook van groot belang dat het kind na de geboorte niet direct gewassen wordt. Het vet en het slijm op de huid van het kind bevat belangrijke informatie voor de opbouw van een gezonde darmflora. Recente onderzoeken tonen gelukkig ook eindelijk aan, dat zogenaamde ‘niet direct gewassen kinderen’ veel meer weerstand opbouwen, dan kinderen die direct schoon gewassen worden. Een keizersnede is natuurlijk een noodzakelijke ingreep, hetgeen echter wel in een verminderde darmflora resulteert.
Een tweede weg wordt gevormd door de moedermelk. Moedermelk bevat van nature veel darmflora. Regelmatige borstvoeding is dan ook uitermate belangrijke voor de opbouw van de weerstand van het kind. Vervangingsmelk of koemelk bevat al deze gezonde factoren niet. Ook dit is recent op wetenschappelijke wijze aangetoond.

2. Het vervolg

In de kindertijd wordt de darmflora opgebouwd. Deze darmflora is uniek; zo uniek als het DNA. Geen mens heeft dezelfde darmflora, omdat de darmflora, precies zoals het woord zegt, in SYMBIOSE met de gastheer leeft. Van groot belang is hierbij een juiste voeding voor de darmflora en het vermijden van toxische stoffen. Juist in de kindertijd is de voeding van groot belang, aangezien hier de darmflora opgebouwd wordt en in samenwerking met het lymfesysteem de meeste afweer opbouwt.

3. Het belang van de darmflora

Bekend is de vorming van vitamine K. Mensen kunnen zelf geen vitamine K opnemen; ze zijn daartoe aangewezen op hun eigen darmflora. Vitamine K is van belang bij de opbouw van verschillende stollingsfactoren voor het bloed. Tegenwoordig krijgen veel baby’s vitamine K toegediend, hetgeen reeds wijst op een slecht begin van de darmflora.

In de symbionte flora worden vele vitaminen teruggevonden (B1, B2, B6, B12, foliumzuur, biotine, B5). De darmflora heeft hierbij zowel een functie van productie van deze vitaminen als bij de opname van deze vitaminen. Vooral de B-vitaminen zijn hierbij van belang. Het belang van de B-vitaminen is veelvuldig aangetoond. Iedereen heeft ooit de gebreksziekten geleerd, zoals Beri Beri, Pelagra, anaemie, etc. Vioor het zover is passeren echter talloze ‘kleine symptomen’ de revue. B-vitaminen zijn onder meer van belang voor de omzetting van koolhydraten, eiwitten en vetten, bloedsomloop, hormonen, stofwisseling, bloedcellen, etc.
Ook mineralen (Ca, Mg, K, P, Fe) worden door melkzure verbindingen omgezet. Ze zijn niet alleen van belang als bouwstoffen (bot, myeline, Hb, etc), maar ook als katalysatoren voor het in gang zetten van de intracellulaire processen en dus voor de absorptie (vertering) zelf (bijv. Ca2+ is een belangrijke secondmessenger in de cel).

De symbionte flora leeft in een zogenaamde kolonisatieresistentie, wat wil zeggen dat zij met verschillende stammen samen leven; andere stammen worden niet getolereerd. Deze tolerantie gaat zover als de gezondheid van de flora. Een gezonde flora weert zich tegen andere bacteriën, die met het voedsel mee komen. Je zou kunnen zeggen dat de darmflora zelf antibiotica produceert, maar dan wel hele specifieke. Hoe slechter het met de darmflora gesteld is, hoe meer ‘vreemde’ bacteriën binnen kunnen dringen.
In samenwerking met vele lymfatische systemen van de darm (o.a. plaques van Peyer) worden immunglobulinen geproduceerd. Immuunglobulinen zijn weer van belang voor de immuniteit van het lichaam.
Een gezonde darmflora produceert bovendien zogenaamde cytolysefactoren. Dit zijn tumorremmende stoffen, van groot belang voor de dagelijks ontspoorde cellen in het lichaam. Het lichaam kan zich hierdoor, onder normale omstandigheden, in stand houden, zelfs tegen ontspoorde (kanker)cellen. Natuurlijk dient dit alles in zijn relatieve proporties gezien te worden.

4. Gezonde en toxische stoffen voor de flora

We spreken van een darmflora. Dat betekent dat het in feite planten zijn. Zoals alle planten wil de darmflora ook dagelijks een hoeveelheid water hebben. Dit lijkt een simpele redenering, maar herbergt wel een van de belangrijkste stoffen, die voor het overleven van de darmflora van groot belang zijn: WATER.

Een ieder heeft geleerd dat we anderhalve liter vocht tot ons moeten nemen. Veelal doen we dat ook. Echter het vocht is in onze moderne samenleving veelal verworden tot water met toegevoegde stoffen: koffie, thee, bier, frisdrank, wijn, vruchtenspanne, etc. Het nadeel van de toegevoegde stoffen is dat het vocht reeds grotendeels in het begin van de darmen opgenomen is. Te weinig vocht bereikt de flora in de dikke darm. Slechts mineraalwater zonder toevoegingen passeert met grote snelheid de maag en vervolgt snel zijn weg naar de darmflora. In Nederland kan dat gewoon leidingwater zijn (België: plat water, Duitsland: stilles Wasser). Zodra iets is toegevoegd, al is het maar theekruiden, wordt de opname van het vocht versneld en bereikt te weinig water de verderop gelegen darmflora. Vandaar dat wij in het IMC zo vaak als advies meegeven om minstens anderhalve liter leidingwater, naast de andere dranken, te drinken.
Vervolgens leeft de darmflora van linksdraaiende koolhydraten en rechtsdraaiende eiwitten. Lang is het een fabel geweest dat slechts de rechtsdraaiende koolhydraten voor de mens van belang zouden zijn. Volgens het laboratorium klopt dit ook; de mens kan alleen de rechtsdraaiende koolhydraten (de suikers) omzetten; de linksdraaiende koolhydraten zijn echter de zogenaamde vezels (o.a. cellulose). Deze worden omgezet door de darmflora en vormen derhalve de voeding van onze gasten. Bij de eiwitten is het precies omgekeerd: de linksdraaiende kan de mens omzetten; de rechtsdraaiende zijn van belang voor de darmflora. Vandaar dat men spreekt van rechtsdraaiende melkzuren, rechtsdraaiende yoghurt, etc.

Er zijn vele stoffen die giftig zijn voor de darmflora. De bekendste zijn:
Geraffineerde suiker. Hiermee wordt bedoeld alle bewerkte koolhydraten, zoals witte suiker, bruine suiker, druivensuiker en zoetstoffen. Aspertaam is wel de bekendste gifstof van de laatste jaren.
Caffeïne, nicotine en alcohol zijn eveneens giftig voor de symbionte flora.
Verzadigde vetten vormen ook een belangrijke bedreiging voor de gezonde flora. Onverzadigde vetten daarentegen zijn juist belangrijke stoffen.

5. Dysbiose

Een gezonde darmflora leeft met zijn gastheer in symbiose. Wordt dit evenwicht verstoord, dan spreekt men van een dysbiose. De dysbiosen kunnen op hun beurt weer belangrijk bijdragen aan de vernietiging van het weerstandsvermogen. Dit geschiedt op basis van toxines uit de darm en kan leiden tot meerdere stoornissen:
1. resorptiestoornissen voor vitaminen, mineralen en sporenelementen.
2. auto-intoxificatie door toxinen van schimmels, pathogene bacteriën en protozoën.
3. problemen van de basisafweer dicht in de buurt van het darmgebied. De samenwerking tussen lymfe (Peyer), darmflora en peritoneum (buikvlies) behoort tot de basis van het totale afweersysteem.

Schimmels veroorzaken sterke tekorten aan vitaminen en sporenelementen. Patiënten met bijvoorbeeld een candida albicans worden al dronken van één glas jonge wijn. Schimmels zijn namelijk in staat uit suiker zeer toxische alcohol te maken. Patiënten worden op deze manier toxisch belast. Een ander gevolg is dat de lymfe zwaar belast wordt door toxische stofwisselingsproducten van de schimmels. Meer dan 50 % van de lymfeknopen staat in verbinding met het spijsverteringssysteem. Alle gifstoffen kunnen op den duur niet meer verwerkt worden door de lymfe.

De parasiet lamblia intestinalis komt tegenwoordig zeer vaak voor in Midden Europa. Deze parasieten vestigen zich met een zuignap in het duodenum (twaalfvingerige darm) en bovenste gedeelte van het jejunum (dunne darm) en veroorzaken daar zware resorptiestoornissen. Eén derde van alle faecesonderzoeken bevat Lamblia Intestinalis. De gevolgen van een Lambliabelasting kunnen groot. Patiënten kunnen al jarenlang leven met de diagnose levensmiddelenallergie.

De normale darmflora wordt als geheel ook wel de colibacteriën genoemd, bij een dysbiose spreekt men dan van paracolibacterien (paracolils). In de symbionte flora worden vele vitaminen teruggevonden (B1, B2, B6, B12, foliumzuur, biotine, B5), bovendien wordt vitamine K (stolling) gevormd. Bij het vernietigen van de darmflora door bijv. antibiotica of sulfonamiden ontstaat ook een tekort aan deze vitaminen. Het merendeel van de vitaminen is onwerkzaam in een alkalisch milieu; de zuurvormende bacteriën zorgen voor een normale werkzaamheid. Ook mineralen (Ca, Mg, K, P, Fe) worden door melkzure verbindingen omgezet.

De appendix is een belangrijke broedplaats voor de colibacteriën, dit in combinatie met de Plaques van Peyer en de cellulosevertering.

6. Toevoeging florapreparaten

Tegenwoordig is het modern om aan allerlei voedingsmiddelen symbionte darmbacteriën toe te voegen. De daartoe beoogde claims, als zou het gezonder zijn, worden gelukkig op dit moment door de consumentenbond onderzocht. Zoals gezegd is iedere darmflora uniek en zeer individueel bepaald. Toegevoegde darmbacteriën kunnen nooit onze eigen flora vervangen of herstellen. Toegevoegde bacteriën (symbionten) zoals acidophylus en biodophylus, blijven slechts twee dagen in leven in het darmmilieu, omdat hun DNA-structuur niet overeenkomt met de individuele DNA-structuur van de gastheer.

Alle preparaten, zoals bifidusculturen, biogarde, yakult, etc. hebben dus feitelijke geen zin. Tenzij …….de eigen symbionte flora dermate ver uit evenwicht is, dat een eigen herstel een belangrijke hulp nodig heeft. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn na een antibioticakuur, die op zich noodzakelijk kan zijn bij bepaalde ontstekingen, maar eveneens de eigen bacteriën vernietigen. Langdurig gebruik van corticosteroiden, sulfapreparaten, tranquilizers, etc. vernietigen ook de eigen flora. Daarnaast kunnen vele aandoeningen de symbiose verstoord hebben. Het is echter van belang om de vaststelling óf een dysbiose behandeling behoeft en zo ja welke over te laten aan een deskundige. De dysbiose zelf kan ook nuttig zijn voor het lichaam op dit moment. Zo kunnen schimmels vele zware metalen absorberen. Het wegnemen van de schimmels (kuur) kan een zware metalen belasting betekenen voor de lever en de nieren. Telkens zal een individuele diagnose gesteld dienen te worden in hoeverre en hoe de darmflora behandeld dient te worden.