Droge huid

(extreme) droge huid.

De bouw van de huid

De huid bestaat uit twee verschillende lagen, elk met hun eigen specifieke functies: de epidermis(opperhuid) en de dermis (cutis, lederhuid). Tussen de dermis en de onderliggende spierfascie ligt de subcutis(onderhuids vetweefsel).
De opperhuid bestaat uit de epidermis (3 soorten cellen) en de zogenaamde aanhangsels zoals talgklieren, zweetklieren, nagels en haren. De cellen van de opperhuid zijn niet van bloed voorzien. Ëén van de cellen vormt de zogenaamde verhoornde barrière, die ook telkens verwisseld. Andere cellen vormen een soort parasol, die ook de gifstoffen die o.a. ontstaan bij het zonnen opruimt. Een derde cel vormt de afweerfunctie van de huid. De lederhuid bestaat uit bindweefsel, met daarin afweercellen. De subcutis bestaat uit vetcellen die in het netwerk van bindweefsel liggen.

De belangrijkste functies van de huid is het vormen van een barrière tegen de buitenwereld. Daarnaast hebben ze een belangrijke bijdrage bij de temperatuurregulatie (zweten) en de vochtbalans, ze zorgen voor de aanmaak van vitamine D en dragen een deel van onze vetreserve. Tenslotte is de huid een belangrijk zintuig in de zin van tastzin, pijnsensatie en temperatuursgevoel.
Een vaak vergeten onderdeel vormt de sociale betekenis van de huid. We herkennen allemaal of het ‘goed’ gaat met iemand, als de huid er goed uitziet. Daar springt de cosmetica industrie maar al te graag op in. Met vele smeersels wordt geprobeerd een slecht functionerende huid op te kalefateren. Niet in de laatste plaats grijpt de cosmetica-industrie in op de geurverspreiding van de huid. In onze cultuur is het gewoon geworden dat we een reuk van een bepaald merk verspreiden. Wat de sociale achtergrond is van de reuk van onze huid voor de partner, vrienden en zelfs vijanden, is door deze geurterreur verloren gegaan. Dieren hebben veelal nog het vermogen de juiste partner te ruiken, om samen voor een sterk nageslacht te zorgen. Grappig genoeg vormt dat de basis voor de keuze van onze levenspartner, we kiezen díe partner waar we ‘allergisch’ op reageren. De verspreide geur vormt een herkenningspunt voor onze afweer, waar men samen een sterker nageslacht mee opbouwen kan. Niet dat dit gegeven nu een leidraad of excuus voor onze keuze moet zijn, maar het vormt natuurlijk gezien een onbewust belangrijke bijdrage.

Op de huid vinden we een zogenaamde huidflora. De normale bacteriële huidflora bestaat voornamelijk uit commensalen, vriendelijke bacteriën die in symbiose met de eigenaar van de huid leven. Onder abnormale omstandigheden kunnen zij wel eens tot een ziekte leiden. Ook komen er op de huid soms pathogene bacteriën voor als stafyloccen, diplococcen en streptokokken. De huidflora vormt met de huidcellen, het vetweefsel en het bindweefsel een natuurlijke barrière tegen indringers en indringende stoffen, maar ook eenvoudig tegen water wanneer we bijvoorbeeld zwemmen. Deze huidflora verspreid onze natuurlijke geur en is in feite de afspiegeling van ‘hoe we ons voelen’.

Afwijkingen aan de huid

Een huidaandoening wekt vaak veel afschuw op en voor de patiënt betekent het een grote psychische belasting. Dit geldt met name voor de chronische huidziekten. Als de patiënt de eerste plekjes op zijn huid ontdekt, is de eerste reactie er één van ongeloof. Hij probeert op alle mogelijke manieren het plekje te laten verdwijnen. Als echter niets helpt, dringt langzaam het besef van ‘ongeneeslijkheid’ tot hem door. Acceptatie is dat echter nog niet: boosheid, opstandigheid en afschuw volgen elkaar op. Wat moeten de anderen wel denken? Wat zie ik er afstotelijk uit! Schaamtegevoelens komen naar boven. De aangedane huid wordt zoveel mogelijk bedekt met lange mouwen en broeken. Sport en strandbezoek wordt vermeden. Soms durft men niet meer op straat, naar school of naar het werk. Er dreigt een isolement te ontstaan.

De huid vormt een spiegel van de binnenwereld. Menig arts (en veearts) is in staat om afwijkingen aan de huid te herkennen en te interpreteren, niet als ziekte, maar als afspiegelingen van de functies van inwendige organen. Een huidafwijking is vaak één van de symptomen van een inwendige ziekte is. Uiteraard moet dan niet alleen die huidziekte behandeld worden. Van een aantal huidziekten is de oorzaak niet of slecht bekend, de therapie is dan ook vaak niet veel meer dan symptoombestrijding. Het is opvallend dat met zogenaamde ‘alternatieve’ geneeswijzen vaak wel succes geboekt wordt.

Mesologische visie op een droge huid

Mesologie is een vorm van complementaire geneeskunde die integraal kijkt naar functie. Ook als er een afwijking optreedt wordt gekeken naar de functie, naar het waaròm deze afwijking optreedt. Ieder symptoom heeft iets te zeggen. Wanneer we mesologisch naar de huid kijken, delen we de verschillende lagen van de huid functioneel in:
De epidermis (opperhuid) heeft een zogenaamde ectodermale functie, dat wil zeggen dat het heeft te maken met het zenuwstelsel. De epidermis vormt de zintuiglijke functie van de huid, het gevoel (tasten), het ervaren van pijn en temperatuur. Dat is de zintuiglijke functie van binnenkomende informatie. De uitgaande informatie wordt bepaald door de huidflora, samen met de vochtigheid een oliefilm op de huid en de geur. Dit vormt de passieve afweer van de huid. Gemiddeld genomen wordt de lederhuid iedere maand vervangen, normaal merkt men dat niet, maar bij een droge huid verschijnen er schilfers.
De dermis (lederhuid) heeft een entodermale functie en vormt het terrein waarop de huidflora zich thuis voelt. De huidflora vormt een afspiegeling van de darmflora, die zich in de (entodermale) darmweefsels bevindt. De dermis vormt de buitenhuid, als afspiegeling van de binnenhuid (slijmvlies). De lederhuid vormt de symbionte afweer van de huid, waarover verderop meer. Een beschadiging van de lederhuid blijft zichtbaar als litteken.
De subcutis kent een mesodermale functie door de bindweefselcomponenten. Zij bepaald de actieve afweerfunctie van de huid. Een wond of een huidafwijking wordt van hier uit gerepareerd. Moet er diepgaander aan hetb herstel of aan de afweer van indringers gewerkt worden, dan verschaffen de bindweefselcomponenten de informatie voor de meer specifieke afweer. Lukt dit niet of spelen meer problemen in het bindweefsel een rol, dan is er sprake van een chronische huidaandoening.
Afhankelijk van de ernst van de huidaandoening worden één of meer lagen van de huid getroffen. Hoe dieper de laag beschadigd of afwijkend is, hoe dieper de onderliggende aandoening is en hoe ingrijpender er behandeld dient te worden. De huid kan echter nooit los gezien worden van het totale functioneren van de mens. De huid vormt het grootste orgaan van de mens, de totale oppervlakte bedraagt ongeveer 2 m2 en de huid weegt circa 7 kilo.

Verbrandingsprocessen

Dit artikel gaat over het vóórkomen en het voorkómen van een (extreem) droge huid. Waardoor ontstaat een droge huid? Laten we het eerst eenvoudig bekijken: droogte ontstaat door hitte. Bij een droge huid is de verbranding in het lichaam te hoog. Verbranding in het lichaam wordt katabolisme genoemd, een ‘vuurtje’ dat op vele plaatsen brandt. Zo is er bijvoorbeeld het spijsverteringsvuur, de verbrandingsprocessen in het maagdarmkanaal, dat er voor zorgt dat we een maaltijd in minuscuul kleine deeltjes splitsen om op te kunnen nemen. Deze deeltjes gaan voornamelijk naar de lever, waar op zijn beurt een vuurtje brandt op de lichaamsvreemde stoffen van de maaltijd om te zetten in lichaamseigen stoffen. Deze lichaamseigen stoffen worden gebruikt voor de spieren, de hersenen, hormonen, de longen, etc. Ieder orgaan heeft zijn eigen omzettingsvuur.
Een eenvoudige opdeling van deze stoffen laat ons zien dat er bouwstoffen en brandstoffen zijn. Veel brandstoffen voeren tot een hoger brandend vuur in het lichaam. Wanneer we dus veel voedsel met brandstoffen eten, branden onze inwendige vuren hoger en wordt er veel verbrand. Droogte is het gevolg. Natuurlijk zijn er meer oorzaken voor droogte aan te geven, maar aan de basis staan de verbrandingsprocessen in het lichaam. Een orgaan dat zeer veel verbrandt zijn onze hersenen. De hersenen zijn ectoderm weefsel en dus zeer verwant aan onze (opper)huid.

Koolhydraten zijn stoffen die een hoge verbrandingsgraad hebben, anders gezegd leveren zij veel energie. Op hun beurt zijn koolhydraten weer in te delen in snelle en langzame koolhydraten, medisch heet dat respectievelijk een hoge of lage glycaemische index. Geraffineerde koolhydraten, zoals witte suiker, witmeel, candybars en tussendoortjes, hebben een zeer hoge verbrandingsgraad en dragen bij tot een grotere hitte in het lichaam. Eiwitten en vetten hebben een veel lagere verbrandingsgraad en worden meer gerekend tot de bouwstoffen. Nu kunnen we niet simpelweg zeggen dat snelle koolhydraten rechtstreeks tot een droge huid leiden, maar zij leveren wel een belangrijke bijdrage.

In onze huidige tijd is de consumptie van snelle suikers schrikbarend toegenomen. Deze consumptie gaat gelijk op met de enorme stijging van het gebruik van cosmetische huidverbeteraars. Niet zo vreemd als we naar de functionele aspecten kijken. Er schuilt echter ook een gevaar in deze beide trends. We verhogen de vuren in ons lichaam, waardoor we meer en meer willen verbranden, we willen meer input op allerlei terrein. We zoeken steeds meer uitdagingen en informatie om ‘te verbranden’. Tegelijkertijd sluiten we echter een van de ‘rookkanalen’ af, door ons vierde uitscheidingsorgaan ‘dicht’ te smeren. De afvalproducten van onze verbranding belasten daardoor de andere uitscheidingsorganen, zoals de nieren, de darmen en de longen. Daarnaast zullen de verbrandingsstoffen zich ophopen in de diepere lagen. Deze diepere lagen vinden we onder andere in onze huid, de lederhuid en het onderhuidse bind- en vetweefsel. Ook in deze lagen zien we een toename van huidaandoeningen, zoals eczeem en acne, om over de nog diepere lagen in ons lichaam maar te zwijgen.

We moeten natuurlijk ook naar de totaliteit van het menszijn kijken, niet iedereen is gelijk. Er zijn mensen die veel meer verbranden dan anderen, zij kunnen vrijwel alles eten, maar komen niet aan. De zogenaamde ectomorfen (lange en dunne mensen, leptosomen) hebben van nature een hogere verbrandingsgraad, dan de entomorfen (gezette mensen, pycnisch type) of mesomorfen (stevig gebouwde mensen, atletisch type). De ectomorfen neigen dan ook sneller tot een droge huid dan de andere typen. Het is een kwestie van balans, enerzijds hebben zij meer brandstoffen nodig, anderzijds neigen zij snel naar een teveel aan verbranding. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de activiteit. Activiteiten die veel verbranding vragen, drogen het lichaam sneller uit.
Wanneer we naar de totaliteit kijken, zullen we vele aspecten van het menszijn bij ons overzicht moeten betrekken. Het voert te ver om alle, vaak individuele, bijdragen tot een hoge verbrandingsgraad te bespreken, maar een simpel gegeven stemt ons tot nadenken. De westerse mens heeft anno 2007 iedere 5 minuten meer te verwerken dan de mens in de middeleeuwen. Logisch dat onze patronen veranderen, maar of de evolutie van ons lijf dat kan bijhouden is maar de vraag.

Risicogroepen

Hoe ouder we worden, hoe minder bouwstoffen er nodig zijn, we groeien immers niet meer, ook al worden nog dagelijks nieuwe cellen gemaakt. De opbouw van het lichaam neemt af, en maakt, helaas maar waar, langzaam plaats voor afbraak. Een natuurlijk proces waar nog altijd geen kruid tegen gewassen is. Het aantal bouwstoffen neemt dus af en, u raadt het al, het aantal brandstoffen neemt toe. Met het stijgen van de leeftijd neemt dus ook de verbranding toe. Gelukkig wordt deze verhoogde verbranding in de meeste gevallen gebruik door de hersenen, waardoor we vooral wijzer worden. Oudere mensen hebben echter ook sneller last van een droge huid en zullen hun voedings- en leefpatroon daarop moeten aanpassen.

Bij sommige beroepen bestaat een aanzienlijk risico op uitdroging van de huid. Bijvoorbeeld omdat beroepshalve de handen veel gewassen moeten worden of door direct contact met stoffen die de huidvetten kunnen oplossen. Te denken valt aan verpleegkundigen, artsen, schoonmakers, koks, monteurs etc. Ook is er een verhoogde kans op uitdroging van de huid in het winterseizoen met centrale verwarming in huis die zorgt voor een droge atmosfeer en droge vrieskou en gure wind buiten. Daarnaast spelen het weer, een schrale wind droogt uit, het seizoen, de winter is het droge jaargetijde, en zelfs veel reizen een rol.

Voorkómen van een droge huid

Op de huid vinden we een oliefilmpje, geproduceerd vanuit de onderliggende lagen. Dit door het eigen lichaam gemaakte oliefilmpje vormt het terrein waarop de eigen huidflora zich prima thuis voelt. Let wel, we spreken hier van een eigen, zelf geproduceerd oliefilmpje voor de eigen unieke huidflora. Dat noemen we symbiose. De unieke gasten, huidbacteriën, voelen zich thuis bij de unieke gastheer / gastvrouw.
In ieder huishouden is bekend dat zeep olie- en vetresten prima verwijderd. Voor de vette pannen gebruiken we bij de afwas speciale ontvetters, bestaande uit meer zeepingrediënten. Proper als we zijn wassen we echter ook onze huid veelvuldig af met zeep. Hierdoor verdwijnt het oliefilmpje en onze gasten (de huidflora) wordt met het badwater weggespoeld. Niet dat we hier pleiten voor een samenleving waar de vieze huid een cultuurgoed wordt, maar minder gebruik van zeep is aan te bevelen. Er zijn tegenwoordig prima zeepvervangers. Olie op de huid is een belangrijke en feitelijk hygiënische maatregel, immers onze huidflora beschermt ons tegen indringers en agressieve stoffen van buitenaf.

De Grieken en de Romeinen gebruikten hiervoor al olijfolie. Olijfolie stimuleert de zelfbeschermende functie en het ademen van de huid. De noodzakelijke vochtigheid van de huid blijft intact door de automatische aanvulling van lipiden (natuurlijke huidvetten) en het herstel van de natuurlijke huidbarrière .De huid van het lichaam kan ademen en transpireren en toch geen vocht verliezen.

Een droge huid is veelal een teken van een verhoogde katabolische energie (afbraak).Dat kan bijvoorbeeld komen door emotionele invloeden (zoals angst), het weer (schrale droge wind), het seizoen (winter) en door de leeftijd (boven de 40 wordt je huid droger net als vrijwel alle andere lichaamsfuncties, zoals drogere ogen en ontlasting).
De droogte van de huid is eenvoudig te verminderen via bijvoorbeeld voeding en oliemassage. Het doel is de verbrandingsenergie te verminderen en via de voeding kan dat onder andere door koud en licht voedsel te vermijden en te kiezen voor warm en zwaar voedsel. Dus niet al te veel rauwkost, maar juist gekookte groenten eten, geen koud, maar warm water drinken. Deze voedingsmiddelen hebben opbouwende energie en brengen de energie terug in balans.

Psychische oorzaken

De psychische oorzaken die met een droge huid te maken hebben, zijn feitelijk terug te voeren op de oorspronkelijke functie van de huid. Zoals gezegd speelt de ectodermale functie een belangrijke rol bij de opperhuid (epidermis), waar de droge zichtbaar wordt. Overmatige ectodermale activiteit leidt dan ook tot droogte van de huid, zoals nervositeit, piekeren en tobben en angsten. De psyche beïnvloedt het lichaam, zoals we kennen uit de psychosomatische aandoeningen. Maar ook andersom beïnvloedt het lichaam de psyche. Hier komen we terug op de voeding, voedingsmiddelen met een snelle verbrandingsgraad (hoge glycaemische index) bevorderen de ectodermale activiteit en daarmee de genoemde emoties. Verandering van het voedingspatroon en een goede huidverzorging gericht op onze gasten, zorgen er samen voor dat we ‘lekker in ons vel zitten’.