Jicht

Jicht

Wat is het?

De klassieke beschrijvingen van jicht hebben vaak betrekking op welgestelde mannen met pijn in de voet, met name de grote teen. De oorzaak is een afzetting van urinezuurkristallen, die niet alleen in de gewrichten kan plaatsvinden, maar ook in onderhuids bindweefsel en soms in de nier. Ook de vaak bij vrouwen aangetroffen exostose (knobbel) aan de grote teen heeft hiermee te maken. De diagnose wordt ondersteund door een verhoogd urinezuurgehalte in de urine en in het bloed, eventueel gevolgd door een punctie van gewrichtsvocht. Jicht komt drie maal zo veel voor bij mannen (25-30 op de 1000). Een acute aanval gaat na enkele dagen voorbij. Meestal treden recidieven op, waarbij zowel de frequentie als de duur van de aanvallen toeneemt. Na verloop van jaren ontstaat een chronische jicht met pijnlijke, gedeformeerde gewrichten en tophi (kraakbeenknobbels) . De reguliere behandeling bestaat uit NSAID’s en urinezuurverlagende middelen, waarbij het vermoeden bestaat dat deze nierstenen en nierfunctie­ stoornissen bevorderen.


Het ánders kijken van het IMC

Vanuit de natuurgeneeskunde wordt gewerkt met urinezuurverlagende diëten (purinearm) en alcoholbeperking. De therapeutische waarde is echter niet bewezen. Aan de andere kant heeft 10% van de bevolking een asymptomatische hyperurikemie (te veel urinezuur in de urine). Wanneer 10% van de bevolking te veel urinezuur heeft, lijkt een urinezuurbeperkend dieet aan te raden, al was het ter preventie. We zullen echter, per individueel geval moeten kijken naar de oorzaak van een te hoog urinezuur.


Wat kan het IMC?

Binnen de Mesologie zijn enkele planten bekend die een uricalytische (afbraak van urinezuurzouten) en een verzachtende werking hebben op de pijn en de ontstekingsprocessen. Binnen de homeopathie zijn er talloze middelen bekend, die ingezet kunnen warden naar gelang de omstandigheden (weersgevoeligheid, hormonale stoornissen, nierklachten).

De Osteopathie kan weliswaar de oorzaak van het overmatige urinezuur niet (direct) bestrijden, ze kan wel de beweeglijkheid en daarbij de doorbloeding van de betrokken gewrichten verbeteren. Een betere doorbloeding betekent een optimale aanvoer (lichaamseigen bestrijding) en een gerichte afvoer (afvalproducten zoals urinezuurkristallen). Bijzondere aandacht dient hierbij te gaan naar de mobiliteit van de bindweefselstructuren (onder meer spier- en peesvliezen), waar eveneens urinezuur kan kristalliseren.