Cholesterol

Cholesterol speelt een zeer belangrijke rol in het lichaam. Het vormt een onderdeel van de celmembraan en is een basisproduct voor galzuren en (geslachts)hormonen. Cholesterol is geen essentiële stof voor de mens. Dat wil zeggen dat de mens zelf cholesterol aan kan maken, dit gebeurt voornamelijk in de lever, maar ook in de darmen en de huid. Momenteel zoekt de wetenschap naar de cholesterolbiosynthese (aanmaak van cholesterol) in verband met hypercholesteremie (te hoge cholesterolspiegel in het bloed). De Mesologie binnen het IMC behandeld al jaren haar patiënten met te hoge cholesterolwaarden op grond van veranderde leverfuncties. Tevens spelen specifieke receptoren (herkenningsfuncties) een belangrijke rol bij de cholesterolhuishouding.

Vaak is het samenspel tussen voedingscholesterol en eigen cholesterolaanmaak van groot belang. Bij te weinig cholesterol in de voeding compenseert het lichaam door veel cholesterol te maken tot de benodigde cholesterolspiegel in het bloed. Van de cholesterol in de voeding wordt echter maar 55% opgenomen in de darm. Deze opname bepaald normaal slechts 10-15% van het bloedcholesterol. De rest maakt het lichaam zelf.
Bij een teveel aan cholesterol in de voeding reageert 20-25% van de bevolking ‘pathologisch’ door een te hoge cholesterolspiegel. De oorzaak is veelal terug te vinden in een verstoorde leverfunctie.
Medicijnen die de cholesterolspiegel in het bloed verlagen, verhinderen echter ook de lichaamseigen aanmaak van cholesterol. Gezien de belangrijke functies in het lichaam (celmembraan, hormonen, galzuren) is een te lage cholesterolaanmaak functioneel gezien niet ongevaarlijk. In de praktijk worden wij vaak geconfronteerd met verschillende stoornissen die op een te lage cholesterolspiegel zijn terug te voeren.

Enerzijds is dit probleem terug te voeren op een te lage voedingsinname. Door de jarenlang bestaande waarschuwingen over het gevaar van cholesterol in verband met hartvaatziekten is er een bepaalde groep mensen, die helemaal geen vet meer in de voeding hebben. Anderzijds remmen de medicijnen ook de normale aanmaak van cholesterol. Te weinig cholesterol is globaal gezien te herleiden tot functiestoornissen van de celmembranen (celwerking, energie), de galzuren (ontgiftingsfunctie) en de hormoonhuishouding (menstruatie, ontstekingen, afweer).
Natuurlijk zullen wij niet pleiten voor de onbedachtzame junkfood cultus met veel te vette spijzen, zoals snackbarvoeding, chips, worst, etc. Aan de andere kant dient men wel zorg te dragen voor de inname van de gezonde vetten.

Cholesterol komt voor in dierlijke producten zoals vlees, vis, schaal- en schelpdieren, volle melkproducten, boter en eieren. Plantaardige voedingsmiddelen bevatten geen cholesterol.

Voor een goede lever-gal-functie zijn onverzadigde vetzuren van essentieel belang. Onverzadigde vetzuren zijn onder andere EPA (eicosapentaeenzuur), linolzuur en oliezuur. Deze vetzuren zijn te vinden in vis (met name koud-water-vissen: makreel, zalm en haring), olijfolie en lijnzaadolie. Verzadigde vetzuren vinden we met name terug in varkensvlees en ontstaan bij verhitting (100oC) van onverzadigde vetzuren.
Het is daarom van belang om oliën en boter niet te verhitten en geen varkensvlees te eten. Beter is om voedsel te grillen of te stomen. Oliën (lijnzaad en olijf) dienen koudgeperst te zijn en onverhit genuttigd te worden (één eetlepel per dag).

Maak een Afspraak