Menstruele cyclus

De menstruatie, ook wel ongesteldheid, bloeding, regels, maandstonden of menses genoemd, is eenvoudig gezegd een cyclisch optredende bloeding uit de vagina, die bij elke geslachtsrijpe vrouw voorkomt.

De eerste menstruatie noemt men menarche, de laatste menopauze. De menstruatie berust op het afsterven van het baarmoederslijmvlies, waarbij bloedvaten die in het slijmvlies uitmonden, opengaan. Het afgestoten baarmoederslijmvlies is vaak te herkennen als een vlokkerige massa. De menstruatie duurt gewoonlijk drie tot vijf dagen, de menstruele cyclus zesentwintig tot dertig dagen. Gedurende de vruchtbare periode menstrueert een vrouw ongeveer 450 keer. Met een gemiddelde van vier dagen per keer, komt dat dus neer op ongeveer vijf jaar van een mensenleven.

Tijdens de menstruatieperiode wordt ongeveer 60 tot 75 ml (een half kopje) bloed verloren (afhankelijk van gebruik anticonceptie). De cyclus wordt gereguleerd door hormonen.

Vrouwen blijken overdag meer bloed te verliezen dan ’s nachts. Bij contact met water stopt de bloeding.

De menstruele cyclus beslaat een periode van ca. 28 dagen. Na deze vier weken begint de cyclus opnieuw. De cyclus bestaat uit vier fasen, namelijk de proliferatiefase, de secretie- oftewel progesteronfase, de ischaemische fase en tot slot de desquamatiefase. In het kort lopen we de verschillende fasen even langs.

Tijdens de proliferatiefase wordt de epitheellaag van het endometrium en in de binnenwand van de vagina gevormd. Tegelijkertijd groeit de follikel uit tot een Graafse follikel. Deze fase duurt ongeveer 14 dagen. Na de proliferatiefase vindt de ovulatie plaats. Direct daarna wordt het corpus luteum gevormd uit de Graafse follikel. Het corpus luteum neemt onmiddellijk de productie van progesteron op zich.

Wanneer de progesteronproductie op gang gekomen is, is daarmee gelijk de secretie- of progesteronfase begonnen. De epitheellaag van het endometrium wordt nog dikker. Op deze wijze wordt de binnenste uteruswand klaargemaakt voor het ontvangen van een bevruchte eicel. Wanneer er geen bevruchting plaatsvindt, eindigt deze fase na 10 – 12 dagen. Tevens verdwijnt aan het eind van deze fase het corpus luteum en wordt het corpus albicans gevormd.

Na de secretiefase volgt een korte fase van ongeveer 2 dagen. Dit is de ischaemische fase. Gedurende deze fase vindt een sterke contractie plaats van de spiraalarteriën van het endometrium. Hierdoor ontstaat een ischaemie van de epitheellaag van het endometrium, die zal leiden tot een afsterven van dit epitheelweefsel.

Na de ischaemische fase volgt de desquamatiefase, oftewel afstotingsfase. Feitelijk is dit de menstruatie, waarbinnen gedurende 5 – 7 dagen bloed wordt verloren.De capillairen van de spiraalarteriën scheuren en met de bloeding die hierbij ontstaat, worden endometriumresten afgestoten.

Dit hele gebeuren staat onder invloed van hormonen.

Aan het begin van de cyclus zien we een stijgende productie van het follikelstimulerend hormoon (FSH). Onder invloed van het FSH ontwikkelen zich in het ovarium een aantal follikels, die oestron produceren. Wanneer er voldoende oestron is geproduceerd wordt de FSH productie afgeremd. Met het stijgen van de oestrogeenspiegel neemt de productie van een tweede hormoon, het luteiniserend hormoon (LH) sterk toe, met een enorme piek voor de ovulatie. Het LH geeft een extra versnelling aan de groei van de follikel in het ovarium en speelt waarschijnlijk een belangrijke rol bij het barsten van de follikel, de ovulatie.

Direct na de ovulatie daalt de oestrogeenspiegel. De wand van de nu lege follikel gaat woekeren en er vormt zich een corpus luteum. Voor de ontwikkeling van het corpus luteum is LH uit de hypofysevoorkwab noodzakelijk. Het corpus luteum begint onmiddellijk met het produceren van progesteron, samen met oestron. Wanneer er geen bevruchting plaatsvindt, verdwijnt precies na 14 dagen na de ovulatie het corpus luteum en stopt de productie van oestron en progesteron. Twee dagen na de daling van de hormoonspiegel begint de menstruatie en daarmee een nieuwe cyclus, met het opnieuw produceren van FSH. Wanneer wel een bevruchting is opgetreden, blijft het corpus luteum langer bestaan en wel 16 weken. Na die tijd verdwijnt het eveneens. Dan produceert de placenta voldoende progesteron om de zwangerschap toch in stand te kunnen houden.

Uit het voorgaande kunnen we aflezen, dat oestron de productie van het FSH remt, terwijl oestron en progesteron de productie van LH verminderen. Tussen deze hormonen blijkt dus een vorm van terugkoppeling te bestaan, die via de hypofyse verloopt, namelijk het al eerder genoemd feedbacksysteem.

Maak een Afspraak