Darmflora, de ándere vingerafdruk

Te weinig maagzuur
December 3, 2013
Winterdepressie
January 9, 2014

Vele patiënten worden bij ons in het centrum behandeld omdat de functie van de symbionte flora van de darm verstoord is en er is een dysbionte flora ontstaan. De vergrote dysbiose kan onder andere leiden tot gisting (winderigheid) en rotting van de voedselresten. Daarnaast treden er resorptiestoornissen van vitaminen, mineralen en sporenelementen op; de bacteriën sturen deze opname in de dikke darm. Met regelmaat vinden wij een auto-intoxicatie (zelfvergiftiging) door toxinen van schimmels, pathogene bacteriën en protozoën. Dit heeft op zijn beurt weer gevolgen voor het bloed en de lever en de uitscheidingsorganen, waaronder de darm zelf, de nieren en de huid. Nog belangrijker is dat er een vermindering van het weerstandsvermogen optreedt. Ruim 80% van alle lymfeknopen (immuniteit) in het lichaam staat in verbinding met het spijsverteringssysteem.

Probiotica zijn in staat infecties te voorkomen doordat ze, evenals de darmflora, de ziektekiemen belemmeren om zich in het lichaam in voldoende mate te huisvesten. Dit wordt kolonisatieresistentie genoemd.
Ieder mens reageert echter weer verschillend op probiotica preparaten. Daarnaast heeft de consumentenbond vele preparaten onderzocht en het blijkt vaak dat er niet de hoeveelheid in zit, die op de verpakking staat vermeld. Dit is met name het geval bij die verpakkingen die men bij de supermarkt koopt.
Ieder mens heeft zijn eigen unieke darmflora. De flora is zo individueel als het menselijke DNA. Zo zal ieder mens ook ‘zijn’ probiotica-preparaat goed kunnen verdragen en een ander preparaat niet. Deskundig advies is wenselijk. Dat geldt evenzeer voor de periode van inname. Meestal dient men een dergelijk preparaat in te nemen totdat de oorzaak van de darmverstoring is weggenomen. Dit vergt een deskundig onderzoek. Net zoals bij antibiotica is voorzichtigheid bij probiotica geboden.

Een meisje van zeven jaar kwam op consult. Niet lang na haar derde verjaardag kreeg ze last van blaasontstekingen. Het heeft een aantal maanden geduurd voor de ouders dit wisten. Ze was zindelijk maar had dagelijks ongelukjes, maar ach, de een is eerder zindelijk dan de ander. Haar urine rook heel scherp, maar de huisarts dacht dat dit met gekruid eten te maken had; een urinetest wees niets uit. Op advies van kennissen drongen de ouders aan op een urinekweek. Hieruit bleek dat haar urine wel degelijk vol bacteriën zat. Een kuurtje antibiotica hielp een week, toen was het weer mis. Een tweede kuur hielp wederom maar enkele dagen, dus werden ze doorverwezen naar het ziekenhuis. Om een lang verhaal kort te maken: ruim twee jaar, twee ziekenhuizen en een rits aan (vervelende) onderzoeken, fysiotherapie en een operatie aan haar plasbuis verder, kregen ze van de kinderuroloog te horen dat hij geen oorzaak meer kon bedenken. Al die tijd had dit kleine patiëntje dagelijks een onderhoudsantibiotica geslikt, en nu stuurde hij de familie wederom met herhaalrecepten voor een half jaar naar huis.

De ouders konden moeilijk accepteren dat hun dochter op vijfjarige leeftijd was ‘uitbehandeld’ en tot in lengte van dagen dagelijks antibiotica moest gebruiken. Dus gingen ze op zoek naar alternatieven. Het mesologisch onderzoek wees op een verminderde weerstand en een slechte darmflora. Vervolgens start de natuurlijke logica. Wetende dat 70-80% van de weerstand wordt opgebouwd door het samenspel van de gezonde darmflora en de plaques van Peyer én dat de blaas in embryologische oorsprong eigenlijk darmweefsel is, voelen foute bacteriën zich prima thuis in de blaas.

Met de scores in de hand en gesprekgegevens, werd er een plan van aanpak gemaakt. In plaats van verder aandacht te besteden aan de urinewegen, gingen we proberen haar als het ware oninteressant te maken voor de foute bacteriën die de infecties veroorzaakten. Het klinkt eigenlijk zo logisch, maar de ‘normale onderzoeken’ zijn hier niet op gericht. Drie-en-een-halve maand later, met een nogal streng dieet en ’s avonds probiotica, aangevuld met een drainagemiddel voor de blaas, blijkt dat het werkt: de ongewenste bacteriën lijken hun heil elders gezocht te hebben. Sinds een maand is de dagelijks dosis onderhoudsantibiotica verleden tijd. Een dag of twee was een lichte terugval, maar de ouders waren dan ook wat slordig geweest met het dieet. Door dat weer strikt op te pakken en een extra dosis probiotica te geven, was het probleem weer snel verholpen. De kleine dame heeft nog maar licht urineverlies, geen buikpijn, ze heeft kleur in haar gezicht gekregen en haar ogen stralen. Ze lijkt gewoon veel meer energie te hebben en is een stuk vrolijker.